Inloggen
Er zitten talloze uren in het verzamelen en digitaliseren van de gegevens op deze website. En dat hebben we van harte gedaan. Toch maken we ook kosten om de gegevens voor u beschikbaar te maken door middel van hosting.

Met uw bijdrage kunnen we de website uitbreiden en ook fotomateriaal gaan ontsluiten.



Alvast hartelijk dank voor uw steun!

Algemene Informatie

Het familiewapen van de familie Sangers is in de jaren 60 ontworpen door Pater W. Sangers.

  • Het schild: Van lazuur beladen met een zespuntige ster van zilver en een harp van zilver
  • Helm: Afgewend van zilver, getralied en omboord van goud, gevoerd en gehecht van keel met wrong en dekkleden van lazuur gevoerd met zilver
  • Het helmteken: Een ster van zilver

In Nederland staat het iedereen vrij een familiewapen aan te nemen, maar om in aanmerking te komen voor officiele registratie moet het wel aan een aantal eisen voldoen. Het wapen van de familie Sangers is niet geregistreerd, maar mag wel vrijelijk gebruikt worden.

Het is niet uitgesloten dat er voor bepaalde Sangers stammen reeds een familiewapen bestaat. Het wapen is ontworpen in de tijd dat er nog geen internet was en bijvoorbeeld er weinig informatie bekend was over de stam Melsungen-Medemblik. Het kan dus best zijn dat er in de omgeving van Melsungen nog een Sangers familie bestaat met een eigen familiewapen.
In het verleden kwam het regelmatig voor dat er binnen een familie variaties op het wapen ontstonden om de verschillende takken van elkaar te kunnen onderscheiden, bijvoorbeeld de takken  Thorn en Herten zouden een extra element kunnen toevoegen om zichzelf te onderscheiden van de hoofdstam Kaldenkirchen.

Laatst aangepast (donderdag, 18 februari 2010 16:15)

 

BRONNEN

Het geslacht Sangers in nauwkeurig in kaart gebracht, met name door W. Sangers, Kruisheer te Maaseik. De Friese tak is in kaart gebracht door Mw. E.C. van Essen-Calker, die ook veel werk verzette voor de stambomen van de takken Voorst en Vreeswijk.
  • Genealogie Sangers, door W. Sangers, Sittard, 1962.
  • Geslacht SANGERS, stamboom van Friesland door N.C. van Essen-van Calker,Apeldoorn, januari 1981. 205 pagina's, met indices op voornamen van Sangers en achternamen van aangetrouwden, rijk geïllustreerd en met veel toelichtende teksten, ook (juist) voor niet-Friezen. (Het Oude Nest, Ed. 1980-1981)
  • Het Oude Nest, Contact- en Nieuwsblad van het Geslacht SANGERS red. W. Sangers, kruisheer, Maaseik, de rijk geïllustreerde uitgaven van:
    • Het Oude Nest II, maart 1963
    • Het Oude Nest III, mei 1964
    • Het Oude Nest IV, mei 1965
    • Het Oude Nest V, mei 1966
    • Het Oude Nest VII, augustus 1968
    • Het Oude Nest VIII, juni 1969
    • Het Oude Nest IX, juni 1970
    • Het Oude Nest X, juli 1971
    • Het Oude Nest XI, september 1972

ONTBREKENDE BRONNEN

 

  • Geslacht SANGERS, stamboom van Limburg delen I en II door N.C. van Essen-van Calker en W. Sangers, kruisheer, Maaseik, 25 juni 1983. Samen 382 pagina's, met indices op voor- en geslachtsnaam, rijk geïllustreerd en voorzien van verklarende inleiding.

  • Nederlandse nazaten van Alexander Sanders uit Kaldenkirchen / L.P.H. Verkooijen. - Tegelen : De auteur, 1999 . - V, 90 p. : ill. Met index Vindplaats: OV10/NBP274

Graag zou ik in contact komen met familieleden die mij kunnen helpen bij het completeren en actualiseren van de gegevens. Als u in het bezit bent van één van de ontbrekende bronnen, wilt u dan a.u.b. contact met mij opnemen?

 

Genealogie

INLEIDING GENEALOGIE SANGERS

De inleiding uit het boekje "Genealogie Sangers", door W. Sangers, kruisheer. Maaseik 1962

De studie over de genealogie Sangers, die wij U met veel genoegen aanbieden, is geen kwartierstaat, waarin alle gezamenlijjke voorouders worden opgespoord van één bepaalde persoon. Ieder mens heeft 2 ouders, 4 grootcuders,,8 overgrootouders, 16 betovergrootouders" 32 oudouders, 64 oudgrootouders,128 oudovergrootouders. Als we deze meetkundige reeks voortzetten tot in de 16de generatie (ongeveer tot het jaar 1500), dan tellen we voor ieder persoon 32768 directe voorouders en moesten we teruggaan tot in de 26ste generatie (ongeveer tot het jaar 1200) j dan s tijgt dit getal tot 33.554.432. Een kwartierstaat geeft ons een goede voorstelling van de erfelijke geaardheid van een bepaalde persoon, doch geldt slechts voor de kinderen van één echtpaar. Vervolgens hebben de genealogische groepen, die door de kwartierstaat bijeengebracht worden weinig met elkaar te maken,zodat we nooit tot één groot organisch geheel komen. En ten slotte is het opstellen van een kwartierstaat een werk zonder uitzicht. (Vgl. C. PAMA, Onze afstamming, Naarden, z.j, alsmede JAN LINDEMANS, Hoe maak ik mijn stamboom op?, Turnhout, 1941).

Om deze redenen voelen wij meer voor een stamboom of genealogie, die één bepaald geslacht wil beschrijven in zijn verschillende vertakkingen. De waarde en betekenis van een stamboom ligt meer, op juridisch, cultureel en maatschappelijk gebied. Het is immers meestal langs de mannelijke lijn dat het beroep, het vermogen en de maatschappelijke stand worden overgedragen van vader op zoon. De stamboom kunnen we zien als een bewijs van “maatschappelijke zelfhandhaving”.

Een stamboom (stamtafel, familieboom, genealogie) is steeds historisch-genetisch opgevat. Men gaat uit van de oudstgekende stamvader en beschrijft vervolgens de ontwikkeling van de opeenvolgende generaties, ofwel uitsluitend in de mannelijke lijn (de naamdragers), ofwel tevens in de vrouwelijke lijnen.

De “Genealogie Sangers” behandelt in doorlopende tekst de geschiedenis van een oud geslacht, dat in West-Duitsland zijn oorsprong vond en zich van daaruit verspreidde over verschillende landen. De beschrijving beperkt zich tot de naamdragers, alhoewel ook in de vrouwelijke lijn hier en daar enkele generaties vermeld worden. We volgen voor de indeling de thans algemeen geldende methode, die telkens de stamvormers afzonderlijk behandelt, De tabellen zullen bij de lezing veel dienst kunnen bewijzen.

We zijn er voorlopig niet in geslaagd om alle naamdragers in één grote stam bijeen te brengen. Misschien zal dit bij verder onderzoek zelfs onmogelijk blijken, alhoewel in iedere groep de traditie bestaat, dat hun oorsprong gelegen is in West-Duitsland. We menen deze studie het best in te delen in verschillende stammen volgens de plaats, waar de oudste stamyader woonde. Zo worden achtereenvolgens behandeld: de stam van Kaldenkirchen (met de takken van Thorn en van Herten), de stam van Friesland, de stam van Voorst en de stam van Vreeswijk,
Omdat deze studie grotendeels de naamdragers beschrijft, vinden we het passend een klein hoofdstuk over de “naam Sangers” te laten voorafgaan. Als slot hebben we enkele verspreide nota's bijeengebracht, die een aanleiding kunnen zijn voor verder onderzoek.

De bronnen, die we geraadpleegd hebben, worden vóór iedere stam vermeld. Deze studie steunt hoofdzakelijk op de registers van de Burgerlijke Stand, de parochieregisters van dopen, huwelijken en sterfgevallen, alsmede op oude familiepapieren en portretten. Jammer dat we, wegens tijdgebrek, te weinig aandacht konden besteden aan ‘t archief van de vroegere schepengriffies(zoals schepenbrieven, kadasterboeken, bedeboeken) en aan de notariële akten.

Een genealogie samenstellen is een zware en langdurige arbeid, die vele jaren vergt aan voorbereiding en nauwkeurige verzameling. Soms schiet het werk goed op, doch vaak stuit men op moeilijk vindbare ontbrekende schakels. Iedere stamboom -en deze niet het minst –blijft zéér onvolledig. Zowel naar boven, als in de zijtakken en vooral in de biografische bizonderheden kan hij aangevuld worden. Toch menen we deze onvolledige stamtafel te mogen publiceren, omdat we in de gelegenheid gesteld zijn de aanvullingen jaarlijks te laten verschijnen in ons familietijdschrift: “Het Oude Nest”.

De genealogische publicaties hebben lang de bedoeling gehad om een geslacht een bepaalde glans te geven. Sommige feiten werden opgesmukt, andere weggelaten. De modern-wetenschappelijke genealogie-beoefening geeft enkel de zuivere weergave van de feiten. Wij hebben ons aan deze laatste, enig juiste opvatting gehouden.

In vergelijking met de andere provincies van ons land, heeft Limburg op genealogisch gebied 'n grote achterstand in te halen. Moge “Genealogie Sangers” een klein steentje bijbrengen tot de kennis van ons volk, dat uit geslachten is samengesteld.

Als slot rest ons nog een dankwoord aan de vele stamgenoten, die ons gegevens bezorgden en wier namen we bij de afzonderlijke stammen hebben vermeld.
Een speciaal woord van dank zijn we verschuldigd aan architect M. Hendrickx uit Maaseik, die de tabellen tekende alsmede aan Eerw. Heer A. Wieërs, die ons ter zijde stond bij het onderzoek te Kaldenkirchen. Onze grootste dank sturen we naar Eerw. Heer J. van Wegberg, die ons naar alle archiefdepots vergezelde, vele opzoekingen voor zijn rekening nam en de uitgave van dit boek stimuleerde.

Bron: Genealogie Sangers, W. Sangers, Maaseik 1962

 

Oorsprong

OORSPRONG FAMILIE SANGERS

Deze inleiding in de herkomst van de naam Sangers komt uit het boekje "Genealogie Sangers", door W. Sangers, kruisheer. Maaseik 1962

Voor de inleiding van het boekje zelf: Klik hier

ONZE GESLACHTSNAAM "SANGERS"

Wegens de invoering van de burgerlijke stand in het begin der 19de eeuw kregen de familienamen ‘n staatsrechterlijk karakter en speciaal in verband met de conscriptie werden door de burgerlijke overheid verschillende wetten afgekondigd, die alle mensen verplichtten om voor­taan een vaste en blijvende familienaam aan te nemen.

Napoleon vaardigde op 18 augustus 1811 een decreet uit, waardoor iedereen verplicht werd een familienaam te kiezen. Omdat echter door onze vrijheidslievende mensen aan dit dictatoriaal bevel te weinig gevolg werd gegeven,verplicht­te de Keizer op 17 mei 1813 iedereen op zware boete om voor 1 januari 1814 zijn familienaam bekend te maken.

Sommige mensen vonden dit belachelijk en kozen - spottenderwijze - de meest idiote familienamen, zoals Sukkel, Poen, Komtebedde, Naaktgeboren, Bil, Kloot, Luis of Seiker en vele andere. Het nageslacht zit er thans mee opge­scheept, want na de Franse omwenteling werd door een koninklijk besluit van 8 november 1815 deze verplichting vernieuwd, en alle familie­namen, die reeds geregistreerd waren bleven gehandhaafd. Het duurde echter tot 1850 eer de ambtelijke namen algemeen als familienaam werden aanvaard.

De familienamen zijn niet zo oud als men over t algemeen denkt. ln de oudheid en in de vroe­ge Middeleeuwen waren ze onbekend. Eerst rond het jaar 1000 zien we ze sporadisch verschij­nen, Een eerste reden hiertoe was de familie­trots bij de adellijke geslachten, die zich uit stambewustzijn naar hun gemeenschappelijke stamvader gingen noemen, welk voorbeeld de ge­wone man ook langzamerhand ging navolgen. Het ontstaan van de steden maakte vervolgens de familienaam ook voor de niet-adellijke mensen noodzakelijk.

In de vroege Middeleeuwen, toen West-Europa be­zaaid lag met kleine heerlijkheden, waren de familienamen overbodig. Iedereen werd aangeduid met zijn doopnaam. Bij gelijkheid van voornamen, voegde men het ambacht erbij of ook de voornaam van zijn vader, hetgeen in onze te­genwoordige dorpen nog steeds de gebruikelijke methode is.

Wanneer echter in de late Middeleeuwen de ste­den ontstonden en een grote massa vreemde mensen bij elkaar gingen wonen, werden de familienamen onontbeerlijk. Deze nieuwe gewoonte ontwikkelde zich echter zeer langzaam en vooral in onze streken hield men nog eeuwen lang vast aan de traditie. Van erfelijkheid der familie­ namen kan men tot 1500 nauwelijks spreken en zelfs tot diep in de 18de eeuw worden, vooral in het noorden van ons land, broers aangetroffen met totaal verschillende familienaam, hetgeen voor stamboomonderzoek vaak onoverkomelij­ke moeilijkheden met zich meebrengt. In de zui­delijke Nederlanden hadden de meeste families reeds in ‘t begin der 17de eeuw een geslachtsnaam.

Naar hun oorsprong kan men de familienamen in vier grote groepen indelen.

De geslachtsnamen der eerste groep worden ont­leend aan plaats- of streeknamen (van Eyck,van Kempen, van Breda, van Loon), aan huisnamen of namen van uithangborden en gevelstenen (De Wolf, Pijnappel).

Een tweede groep familienamen zijn namen, zoals De Pater, Schaepman, Timmermans enz.

Vervolgens zijn vele familienamen de uitdrukking van lichamelijke of geestelijke kenmerken die oorspronkelijk wel als bijnaam zullen bedoeld zijn, zoals Platvoet, De Langhe, De Kort, Vroom enz.

De grootste groep familienamen echter zijn de patronymica of vadersnamen.

Deze namen ontstaan door achter de voornaam van de vader een achtervoegsel te plaatsen. Dit is ook de oudste vorm van de familienamen. Niets ligt meer voor de hand, dan dat de zoon de verwantschap met zijn vader wil beklemtonen. De naam van de vader wordt dan vaak inde tweede naamval gezet: Jans zoon, Jansen, Jans.

Om in familienaam te verklaren moet men steeds zoeken naar de oudste vorm en niet de hedendaagse schrijfwijze tot uitgangspunt nemen.

Wanneer men derhalve de geslachtsnaam "Sangers" wil verklaren, dan is men zonder meer geneigd er een beroepsnaam in te zien. A. Huizinga in zijn Encyclopedie van Namen (Amsterdam, 1955) klasseert de naam "Sangers" dan ook bij de beroepsnamen en plaatst hem bij de afdeling: muziek, zang en dans (bI. 183).

Ook Johan Winkier (De Nederlandsche geslachtsnamen, Haarlem,1885) ziet in de naam "Sangers" een middeleeuwse muzikant of speelman.

Daar men in de middeleeuwse kloosters en thans nog in de protestantse kerken en joodse synagogen een "zanger" of "koorzanger" kent, laten wij de mogelijkheid open dat de naam "Sangers", gedragen door een protestants of joods geslacht, bij de beroepsnamen kan geklasseerd worden.

Zo vonden we in ‘t Archief Aartsbisdom Utrecht, deel 32, een zekere Magister Gherardus Cantoris, alias Geert Sangers, een doctor in de theologie, wonende rond 1490 in een klooster te Groningen.

Verder kennen we de middeleeuwse "sanger, zanger, senger" als liedjeszanger of speelman.

Wanneer we echter tot de bevinding komen, dat de schrijfwijze van "onze" familienaam tijdens de 17de en begin 18de eeuw niet "Sangers", doch "Zanders" en "Sanders" is dan moeten we de oorsprong van "onze" geslachtsnaam gaan zoeken bij de patronymica of vadersnamen. Max Gottschald ( Deutsche Namenkunde , Berlijn, 1942) zegt dan ook, dat "Zanders" afkomstig is van Zander of Alexander, Ook P,J, Meertens ( De betekenis van de Nederlandse familienamen , Naarden 1943) is van die mening.

Gustave van Hoorebeke ( Etudes sur l'origine des noms patronymiques flamants et sur quelques questions se rattachent aux noms , Parijs, 1876) zegt: Sanders betekent "fils d'Alexandre" (blz 173) Hij noemt ook de familienaam "De Zanger" en vertaalt hem als Le Chantre" of "Le Chanteur". En J.J. Graaf ( Nederlandsche doopnamen naar oorsprong en gebruik , Bussum, 1915 legt de naam "Sander" verder uit, door te wijzen op de heilige Sanderadus, die als abt van Gladbach stierf in 985,(blz, 70), Het leven van de hei­lige Sanderadus staat beschreven bij de Bollandisten op 24 augustus.

De doopnaam Zander en Alexander handhaafde zich in onze familie tijdens de 17 de en 18 de eeuw. We vonden hem te Kaldenkirchen herhaaldelijk tussen de jaren 1650 en 1750.

Onze geslachtsnaam onderging de volgende veranderingen. Zolang we hem aantroffen in de Kal­denkirchse registers, worden door elkaar gebruikt: Zanders, Zander en Sanders. Eerst te­gen het midden van de 18de eeuw zien we een enkele keer "Sangers" verschijnen.

Wanneer echter Jacobus Sanders vanuit Kalden­kirchen in de eerste helft der 18de eeuw naar Herten vertrekt en diens zoon Henricus op het einde van dezelfde eeuw vanuit Herten naar Stevensweert verhuist, dan wordt de naam "Sangers" algemeen aangenomen, behoudens enkele uitzonderingen.

Bron: Genealogie Sangers, W. Sangers, Maaseik 1962

 

Bronnen