OORSPRONG FAMILIE SANGERS
Deze inleiding in de herkomst van de naam Sangers komt uit het boekje "Genealogie Sangers", door W. Sangers, kruisheer. Maaseik 1962
Voor de inleiding van het boekje zelf: Klik hier
ONZE GESLACHTSNAAM "SANGERS"
Wegens de invoering van de burgerlijke stand in het begin der 19de eeuw kregen de familienamen ‘n staatsrechterlijk karakter en speciaal in verband met de conscriptie werden door de burgerlijke overheid verschillende wetten afgekondigd, die alle mensen verplichtten om voortaan een vaste en blijvende familienaam aan te nemen.
Napoleon vaardigde op 18 augustus 1811 een decreet uit, waardoor iedereen verplicht werd een familienaam te kiezen. Omdat echter door onze vrijheidslievende mensen aan dit dictatoriaal bevel te weinig gevolg werd gegeven,verplichtte de Keizer op 17 mei 1813 iedereen op zware boete om voor 1 januari 1814 zijn familienaam bekend te maken.
Sommige mensen vonden dit belachelijk en kozen - spottenderwijze - de meest idiote familienamen, zoals Sukkel, Poen, Komtebedde, Naaktgeboren, Bil, Kloot, Luis of Seiker en vele andere. Het nageslacht zit er thans mee opgescheept, want na de Franse omwenteling werd door een koninklijk besluit van 8 november 1815 deze verplichting vernieuwd, en alle familienamen, die reeds geregistreerd waren bleven gehandhaafd. Het duurde echter tot 1850 eer de ambtelijke namen algemeen als familienaam werden aanvaard.
De familienamen zijn niet zo oud als men over t algemeen denkt. ln de oudheid en in de vroege Middeleeuwen waren ze onbekend. Eerst rond het jaar 1000 zien we ze sporadisch verschijnen, Een eerste reden hiertoe was de familietrots bij de adellijke geslachten, die zich uit stambewustzijn naar hun gemeenschappelijke stamvader gingen noemen, welk voorbeeld de gewone man ook langzamerhand ging navolgen. Het ontstaan van de steden maakte vervolgens de familienaam ook voor de niet-adellijke mensen noodzakelijk.
In de vroege Middeleeuwen, toen West-Europa bezaaid lag met kleine heerlijkheden, waren de familienamen overbodig. Iedereen werd aangeduid met zijn doopnaam. Bij gelijkheid van voornamen, voegde men het ambacht erbij of ook de voornaam van zijn vader, hetgeen in onze tegenwoordige dorpen nog steeds de gebruikelijke methode is.
Wanneer echter in de late Middeleeuwen de steden ontstonden en een grote massa vreemde mensen bij elkaar gingen wonen, werden de familienamen onontbeerlijk. Deze nieuwe gewoonte ontwikkelde zich echter zeer langzaam en vooral in onze streken hield men nog eeuwen lang vast aan de traditie. Van erfelijkheid der familie namen kan men tot 1500 nauwelijks spreken en zelfs tot diep in de 18de eeuw worden, vooral in het noorden van ons land, broers aangetroffen met totaal verschillende familienaam, hetgeen voor stamboomonderzoek vaak onoverkomelijke moeilijkheden met zich meebrengt. In de zuidelijke Nederlanden hadden de meeste families reeds in ‘t begin der 17de eeuw een geslachtsnaam.
Naar hun oorsprong kan men de familienamen in vier grote groepen indelen.
De geslachtsnamen der eerste groep worden ontleend aan plaats- of streeknamen (van Eyck,van Kempen, van Breda, van Loon), aan huisnamen of namen van uithangborden en gevelstenen (De Wolf, Pijnappel).
Een tweede groep familienamen zijn namen, zoals De Pater, Schaepman, Timmermans enz.
Vervolgens zijn vele familienamen de uitdrukking van lichamelijke of geestelijke kenmerken die oorspronkelijk wel als bijnaam zullen bedoeld zijn, zoals Platvoet, De Langhe, De Kort, Vroom enz.
De grootste groep familienamen echter zijn de patronymica of vadersnamen.
Deze namen ontstaan door achter de voornaam van de vader een achtervoegsel te plaatsen. Dit is ook de oudste vorm van de familienamen. Niets ligt meer voor de hand, dan dat de zoon de verwantschap met zijn vader wil beklemtonen. De naam van de vader wordt dan vaak inde tweede naamval gezet: Jans zoon, Jansen, Jans.
Om in familienaam te verklaren moet men steeds zoeken naar de oudste vorm en niet de hedendaagse schrijfwijze tot uitgangspunt nemen.
Wanneer men derhalve de geslachtsnaam "Sangers" wil verklaren, dan is men zonder meer geneigd er een beroepsnaam in te zien. A. Huizinga in zijn Encyclopedie van Namen (Amsterdam, 1955) klasseert de naam "Sangers" dan ook bij de beroepsnamen en plaatst hem bij de afdeling: muziek, zang en dans (bI. 183).
Ook Johan Winkier (De Nederlandsche geslachtsnamen, Haarlem,1885) ziet in de naam "Sangers" een middeleeuwse muzikant of speelman.
Daar men in de middeleeuwse kloosters en thans nog in de protestantse kerken en joodse synagogen een "zanger" of "koorzanger" kent, laten wij de mogelijkheid open dat de naam "Sangers", gedragen door een protestants of joods geslacht, bij de beroepsnamen kan geklasseerd worden.
Zo vonden we in ‘t Archief Aartsbisdom Utrecht, deel 32, een zekere Magister Gherardus Cantoris, alias Geert Sangers, een doctor in de theologie, wonende rond 1490 in een klooster te Groningen.
Verder kennen we de middeleeuwse "sanger, zanger, senger" als liedjeszanger of speelman.
Wanneer we echter tot de bevinding komen, dat de schrijfwijze van "onze" familienaam tijdens de 17de en begin 18de eeuw niet "Sangers", doch "Zanders" en "Sanders" is dan moeten we de oorsprong van "onze" geslachtsnaam gaan zoeken bij de patronymica of vadersnamen. Max Gottschald ( Deutsche Namenkunde , Berlijn, 1942) zegt dan ook, dat "Zanders" afkomstig is van Zander of Alexander, Ook P,J, Meertens ( De betekenis van de Nederlandse familienamen , Naarden 1943) is van die mening.
Gustave van Hoorebeke ( Etudes sur l'origine des noms patronymiques flamants et sur quelques questions se rattachent aux noms , Parijs, 1876) zegt: Sanders betekent "fils d'Alexandre" (blz 173) Hij noemt ook de familienaam "De Zanger" en vertaalt hem als Le Chantre" of "Le Chanteur". En J.J. Graaf ( Nederlandsche doopnamen naar oorsprong en gebruik , Bussum, 1915 legt de naam "Sander" verder uit, door te wijzen op de heilige Sanderadus, die als abt van Gladbach stierf in 985,(blz, 70), Het leven van de heilige Sanderadus staat beschreven bij de Bollandisten op 24 augustus.
De doopnaam Zander en Alexander handhaafde zich in onze familie tijdens de 17 de en 18 de eeuw. We vonden hem te Kaldenkirchen herhaaldelijk tussen de jaren 1650 en 1750.
Onze geslachtsnaam onderging de volgende veranderingen. Zolang we hem aantroffen in de Kaldenkirchse registers, worden door elkaar gebruikt: Zanders, Zander en Sanders. Eerst tegen het midden van de 18de eeuw zien we een enkele keer "Sangers" verschijnen.
Wanneer echter Jacobus Sanders vanuit Kaldenkirchen in de eerste helft der 18de eeuw naar Herten vertrekt en diens zoon Henricus op het einde van dezelfde eeuw vanuit Herten naar Stevensweert verhuist, dan wordt de naam "Sangers" algemeen aangenomen, behoudens enkele uitzonderingen.
Bron: Genealogie Sangers, W. Sangers, Maaseik 1962